maandag 6 april 2015

Suikerzoete kaneelbilletjes met noten en rozijnen


Hoi! Paas! Dus iets lekkers. Zonder ei. Een ei hoort er helemaal niet meer bij voor mij. Daar moeten wezentjes voor sterven. Kuikentjes. De mannelijke kuikentjes die uit een ei kruipen om precies te zijn. Want daar heeft de eierindustrie niets aan, die leggen niets, die haantjes. Hup, in de versnipperaar gaan ze, of naar kuikengaskamertjes, en dat allemaal voor onze (paas)eieren. Stom. Maar wel echt waar, google maar.

En dan nu het goede nieuws.

Cinnamon buns! I'm a sucker for cinnamon in the east of the Dutch kingdom! Daarom. Lekker kneden, lekker zoetigheden smeden. Ik ben uitgegaan van het recept voor kaneelbroodjes van de Vegan Challenge, klik op hier. Ik ben er natuurlijk iets van afgeweken, maar niet veel. Plagiaat dus. Ware het niet dat ik het heb verklapt. Geen plagiaat meer dus. Mooi. 

Ik begin met het opnoemen van de bestanddelen van de heerlijke zoete deegheden die straks uit mijn oven zullen rollen:

- 650 gram bloem
- 250 milliliter vanille sojamelk
- 125 gram rietsuiker
- 1/2 theelepel zout
- 1/2 kuipje plus drie eetlepels alpro soja smeerboter voor op brood
- 50 milliliter warm water
- 1 zakje gedroogde gist
- 100 gram donkerbruine basterdsuiker
- 1 eetlepel kaneel
- een flinke handvol rozijnen
- een flinke hand gemengde noten, grof gehakt

Ik ga verder met het heel langzaam opwarmen van de sojamelk, 125 gram rietsuiker, een half kuipje sojaboter en zout. In een klein steelpannetje gebeurt dat. En ik gebruik een garde om de boter glad en vloeibaar door de rest te mengen. Warm de boel niet warmer op dan lauw. 

Roer 50 milliliter warm water, een eetlepel rietsuiker en het zakje gist goed door en laat 10 minuten staan. Giet de inhoud van het steelplannetje in een beslagkom en garder het inmiddels opgezwollen gistmengsel erdoorheen. 

Dan kun je beetje bij beetje de bloem erbij gaan schuddelen onderwijl kloppend met de garde in die kom. Als je zo'n beetje de helft van de bloem hebt toegevoegd is het deeg al te stevig om nog met de garde te kunnen bewerken. Ik roep mijn man en vraag hem de rest van de bloem over het beslag en mijn door deeg beplakte handen uit te strooien. Ik kneed nog wat door in de kom maar keer 'm dan rap om op het aanrecht om daar, op dat grote werkvlak, lekker door te knijpen, duwen, trekken, malen, persen en drukken. 


Als ik een stevige mooie deegbal heb leg ik deze in een ingevette kom, doe er een schone theedoek overheen en zet dit ensemble op de verwarming. Een uur lang. Als ik terugkom is de bal wel zo'n drie keer zo groot geworden! Wonderlijk. Ik hou ervan.

Ik ga rollen met een deegroller, het deeg. Ik maak er een lange lap van. En dan meng ik basterdsuiker en kaneel, warm de drie eetlepels sojaboter in de magnetron op tot ze smelt en hak de noten grof. Dan smeer ik de boter uit over de deeglap. Daaroverheen strooi ik de kaneelsuiker, de rozijnen en de noten. En dan rol ik de lap stevig op, in de lengte.


De slaapzak die zo ontstaat snij ik in schijfjes, of plakjes:


En die plakjes, of schijfjes, leg ik op een bakplaat die ik eerst met bakpapier heb bekleed. Daaroverheen gaat een schone theedoek. Rijzen maar weer. Mooi zo, met Pasen, dat rijzen en herrijzen. Een uur later heb ik de oven voorverwarmd naar 180 graden en schuif ik de bakplaat met de kaneelbroodjes erin.


Ze komen er na twintig minuten alweer zo uit:


Ik heb ze inmiddels losgemaakt dan wel losgesneden van elkaar en verdeeld over koektrommels, en zakjes, voor de weggeef. Ik geloof dat ik wel 35 van die broodjes heb, dat is wel heel veel voor mijn man en mij alleen. Kom gerust in een billetje bijten hoor!

Bordbeeldje met een cinnamon bun waarvan ik een heerlijke hap heb genomen:


Als ik er nou een paar mee neem naar de bioscoop kan ik ze cinema buns noemen. 

Doei!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen