woensdag 20 juli 2016

Zoete zomersalade met gepofte aardappels



Hoi! Vandaag ga ik aardappels poffen en meloen uithollen. Dat klinkt wreed. Dat is het ook. Gelukkig gaat het om een honingmeloen, zijn zoetheid compenseert de wreedheid. Die aardappels kunnen wel tegen een stootje. Ik zet de oven op de hoogste stand.

Pofingrediënten:
- 5 aardappels
- 1 tak verse rozemarijn
- sojaboter
- zout
- peper
- knoflookpoeder
- aluminiumfolie

Pas op, de aluminiumfolie is strikt genomen geen ingrediënt. Niet strikt genomen is de folie dat ook niet dus die bijwoordelijke bepaling kunt u als ongeschreven beschouwen. Strikt genomen kunt u die bepaling helemaal niet als ongeschreven beschouwen maar misschien wilt u wel net doen alsof ie er niet staat. Dan kan ik hem als ongelezen beschouwen, dank u wel.

De aardappels worden geschrobd en in de lengte ingesneden. Ik leg ze elk op een stuk aluminiumfolie. Ik prop met een mesje in iedere aardappelgleuf een kwak sojaboter en bestrooi alle piepers met peper, zout en knoflookpoeder. Dan douw ik in iedere beboterde kier een paar blaadjes rozemarijn. Ik vouw de folie om de patappels heen dicht en knikker de pakketten in de oven.


Grillen ga ik. Bruut.

Grilbestanddelen:
- 3 grote kastanjechampignons, schoongeborsteld en in schijfjes gesneden
- peper
- zout
- 1 grillpan

De grillpan is geen bestanddeel van het gerecht. Wel van het recept. Denk ik. Of niet? Ik zou dit soort dingen moeten weten, ik heb taalfilosofie gehad. Aan de andere kant heb ik heel goed leren twijfelen door filosofie dus hé kijk mij eens strak bezig zijn hier. De grillpan wordt heet op het fornuis en de champignonschijfjes leg ik er in en druk ik een beetje aan. Ze sissen wat, ik laat het gaan.


Ondertussen:
- 1 honingmeloen

hol ik uit. Ik laat de twee helften uitlekken en hak zijn vruchtvlees in stukken. De leeggelepelde meloenhelften voelen zich nutteloos en klagen over de zinloosheid van hun bestaan. Ja wacht maar gewoon even af.

Even de champignons omdraaien en aandrukken. Ik gril ze tot ze er zo uit zien


en bestrooi ze dan met peper en zeezout uit molentjes.

  - 10 kleine trostomaten die toch ook groot zijn eigenlijk en een beetje een paprika-achtige vorm hebben,
- 15 gram verse basilicum,
- 1 rood uitje in dunne ringen,
- 14 kersen, gewassen, gehalveerd en ontpit

meng ik met de stukjes verloren meloenidentiteit. Ik draai een dressing van:

- 1 el veganaise,
- 2 el lupineyoghurt,
- 1 tl mierikswortel,
- 1 el edelgistvlokken,
- zout naar mijn eigen smaak

en meng deze door de meloensalade.


De salade schep ik in de twee halve meloenomhulsels. Dat doet ze goed.  De leegheid van hun bestaan klapt om naar een jubelend gevoel van rijkdom. De meloenstukjes vinden zichzelf ook weer terug en zijn vervuld van blijdschap en goede smaak.  Ik strooi de gegrilde champignonschijfjes over de twee goed gevulde saladekommen, haal de aardappels uit de oven en roep mijn man aan tafel.

- 3 tofu grillworstjes

had ik er nog bij gebakken trouwens, maar daar was mijn man noch ik kapot van. Het kan prima zonder. Beschouw ze maar als niet gefotografeerd op onderstaande foto.


Doei!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen